
Blote eigendom, vruchtgebruik, volle eigendom? Wat zijn de verschillen?
Laten we het voorbeeld van een appelboom nemen.
Wie de volle eigendom heeft, is eigenaar van de boom en heeft ook het gebruik van de vruchten van de boom. In theorie is hij de enige die ervan kan genieten.
De blote eigenaar is eigenaar van de boom, maar heeft niet het gebruik van de appels… Het is immers de vruchtgebruiker die van de vruchten van de boom kan genieten.
Bij vastgoed is het ongeveer zoals met appels:
De blote eigenaar is eigenaar van het pand, maar woont er niet en ontvangt geen huurinkomsten uit de eventuele verhuur van het pand. De vruchtgebruiker kan in het pand wonen of de huurinkomsten ontvangen als hij het verhuurt.
Aan de hand van de drie meest voorkomende situaties waarin deze termen worden gebruikt, zult u de nuances ervan beter begrijpen.
- De eerste situatie doet zich voor wanneer ouders de gezinswoning op naam van hun kind zetten, maar er blijven wonen. Het kind heeft dan de blote eigendom, terwijl de ouders vruchtgebruikers zijn. Dit betekent dat het kind bij het overlijden van de ouders volle eigenaar wordt.
- De tweede situatie doet zich voor bij een echtscheiding. Een van de echtgenoten heeft de blote eigendom, maar laat de andere echtgenoot er met de kinderen wonen; zij hebben dus het vruchtgebruik van het pand.
- Bij een verkoop op lijfrente: deze formule geniet de voorkeur van ouderen die een aanvulling op hun pensioen wensen en tegelijk in hun woning willen blijven wonen. Het gaat om een verkoop waarbij de koper een vast bedrag (het bouquet) betaalt en vervolgens een maandelijkse rente uitkeert tot het overlijden van de oudere persoon of gedurende een vooraf bepaalde periode. De oudere persoon blijft in het pand wonen en is vruchtgebruiker, maar heeft niet de blote eigendom, die in handen is van de koper. Het is dus een vorm van investering voor de koper die de verkoper tegelijk de mogelijkheid biedt om in zijn woning te blijven wonen.
Het vruchtgebruik loopt doorgaans tot het overlijden van de vruchtgebruiker, maar bij het sluiten van de overeenkomst waarbij het vruchtgebruik ontstaat, kan ook een termijn worden vastgelegd.
Wat de werken en herstellingen betreft, moet de blote eigenaar instaan voor de grote werken en herstellingen. De vruchtgebruiker is verantwoordelijk voor het onderhoud van het pand en moet het in goede staat houden. Bij het einde van zijn recht kan de vruchtgebruiker geen terugbetaling eisen van de werken die hij heeft uitgevoerd.
Zoals eerder uitgelegd, heeft de vruchtgebruiker recht op de vruchten. Dit betekent dat hij het pand kan verhuren en de huurinkomsten kan ontvangen. Hij moet ook het kadastraal inkomen aangeven en de onroerende voorheffing betalen.
J&J Properties
Een vraag of een vastgoedproject?
Ons team begeleidt u van advies tot ondertekening.



